zondag 12 september 2010

ZUSSEN

Het is vrijdagmiddag. Ik maak de balans op van een week in Dar es Salaam, de stad van de vrede. Als het zo verder moet, bedenk ik, heb ik liever oorlog. Mijn pogingen de ambtenarij te vermurwen hebben weinig opgeleverd. Mr. K. wil mij nog steeds niet registreren. De CMO is te druk om mij te zien. Kakken in hurkzit is geen lolletje met een pas geopereerde knie en mijn darmen dreigen met gewapende opstand. En bovenal, I am not connected.

You want to get anywhere in Africa, you have to be connected. Dat zeggen de kenners.

Ik ben niet zo iemand van connected. Mijn favoriete plek in Dar-es-Salaam is de achtste verdieping van het Kilimanjaro Kempinski Hotel. Je kijkt uit over de haven, er is airconditioning en een ober in livrei brengt je niet alleen koud bier, maar ook schalen vol met gratis knabbels. Het is als een soort hyper-de-luxe spaceship dat van Mars is neergedaald midden tussen de hitte en de rommel van Afrika. Bij het betreden van de immense marmeren hal moet je regelmatig een metaaldetector door, omdat er weer de een of andere Afrikaanse dictator in het hotel logeert. "Head of State", heet zo iemand hier. Je mag de lift niet in want er komt een "Head of State" naar beneden.

Ik kan er een boekje te lezen in dit space-ship en naar de hoertjes gluren. In de boekjes kan ik lezen hoe de logerende dictator zijn inboorlingen te grazen neemt en over mijn brilletje heen kan ik verkneukeld toekijken hoe Zuid-Afrikaanse zakenlieden betaalde troost (en AIDS) vinden in de slanke, glanzend fluwelen armen van Afrika's jeugd. Of ik hang rond op het wrakkige strand-terrasje bij de veerpont naar de overkant van de haven, mijn oudemannetjes melancholie koesterend en vergeefs proberend te versmelten met de lokale rifraf, alweer met mijn boekjes en mijn versuffende halve liter Serengeti, het bier dat verkoelt en alle plooien van het bestaan gladstrijkt.

Ik moet een plan maken. Een connection-plan. Het uur U heeft geslagen. Ik moet mensen leren kennen. Desnoods met geweld.

Daarmee bedoel ik dan: sociaal geweld, lees opdringerigheid. Hier ben ik. De ultieme mzungo. Wit, vriendelijk, behulpzaam, goedwillend, vrolijk. Ken mij. Maak een vriend van mij. Help mij. See me. Touch me. I am a blind man in Africa.

Wat deed mijn goede vriend Peter, de kunstschilder, in Maputo, jaren geleden? Hij nodigde iedereen uit voor een lezing over schilderkunst. En iedereen kwam, misschien wel tot zijn eigen verbazing. Hij was de held van de dag. Hij gaf ze allemaal een kwast en een tube verf en hij kon niet meer kapot. In heel Mozambique. Als hij er vandaag naar toe gaat kennen ze hem nog.

Ik moet er niet aan denken. Ik heb er stomweg het lef niet voor. Maar het moet. This is Africa. Get connected or get lost.

Project 1: ik bezoek het National Museum of Tanzania. Wat ik daar moet mag God weten, maar je moet ergens beginnen. Misschien kent iemand daar een kunstenaar.

Project 2: er is een soort art gallery in Dar. Ik bezoek deze art gallery. Misschien kent iemand daar een kunstenaar. Kan toch?

Project 3: geen idee.

Ik rommel nog eens door mijn emails. Een farmaceut wil mij muskietennetten en kapotjes verkopen, maar die kan je overal gratis krijgen. Ik bel hem, maar hij neemt niet op. De hulpvaardige verpleeg-kundige die zoveel contacten had, verliet gisteren het zinkende schip aan boord van KLM 638. Meelt ze.

Hier is er nog een: mijn kinderen zijn Nederlands en ik wil je overal mee helpen. Je kunt bij mij logeren. Ondertekend met een Aziatische of Arabische naam. Klinkt eng. Bellen? Get connected or get lost. Ik bel. De vrouw wil mij zaterdagmiddag wel ontmoeten. We spreken af bij Shoppers Plaza.

Aan deze ontmoeting gaat uiteindelijk veel commotie vooraf. Er blijken twee Shopper's Plaza's. Ik geef 10x duidelijk aan bij welke ik zit, maar zij gaat naar de andere, ergens ver weg. Ik drink water op een modderig terras, " Babba'z", met plastic stoelen langs de kant van de drukke verbindingsweg naar de rijke wijk. Het etablissement heeft een rijk en verrassend aanbod. Babba'z Hambuggers, 2.500 TSH, Children's Buggers 1500 TSH. Take home Buggers 500 TSH extra.

Uiteindelijk, na veel telefonades, komt ze. Ik schrik een beetje. Ze is broodmagere vrouw, gehuld in een wapperende Afrikaans katoenen jurk. Haar rood geverfde haar hangt als een gordijn voor haar gezicht, haar mond lijkt verwrongen lijkt door een litteken. Haar oogleden hangen lusteloos voor haar ogen. Ze lijkt dodelijk vermoeid.

Ze begroet mij enthousiast, in het Nederlands, inclusief drie zoenen, hetgeen hier in Tanzania buitengewoon ongebruikelijk is, althans en plein publique. Is ze een beetje aangeschoten? Of alleen vermoeid?

We strijken neer tussen de waterplassen op het terras van Babba'z. Zij neemt een biertje, ik water. Het is pas vier uur, ik kijk de kat uit de boom.

Zij niet. Zij begint onmiddellijk aan haar levensverhaal. In uitstekend NL. Ze heeft eerst in Nederland gewoond, in Utrecht. Waar kom jij vandaan? Ook Utrecht? Waar? Ik heb in Overvecht gewoond, Dommering-dreef.

Goh, wat toevallig. Ik ook. In Overvecht.

Waar?

Marowijnedreef.

Bij die…hoe heette het daar…eh…

Experimentele flats?

Ja, ja, die. We waren bijna…eh…hoe jij zeggen… buren!

Ik glimlach beleefd. Ik houd de boot af. Waar moet dit naar toe?

Daarna is ze naar Leiden gegaan. Haar man was docent Islamologie aan de universiteit. Het liep mis. Haar twee kinderen zijn Nederlands. Ze studeren nu in Engeland. Toen is ze met een Engelsman getrouwd. (Of misschien was het ook wel andersom). Ook dat liep mis. Nu is ze hier aandeelhoudster van een bedrijf in de telecom, en ze heeft nog een employment agency. Ik volg het verhaal met enige skepsis.

Daar heb ik alle tijd voor, want haar relaas wordt elke vijf minuten onderbroken door het verschijnen van neven en nichten, kennissen, vrienden en relaties. Hoewel ze nog nooit bij deze Shoppers Plaza is geweest ("Ik wist niet eens het bestond! Ik denk andere Shopper's Plaza, on Old Bagamoyo Road!") kent zij hier vrijwel iedereen. "This is not just someone, this is my blood!", kraait ze, terwijl ze alweer een snelle jongen met navenant telefoontje en pet omhelst. Het "blood" lijkt er maar matig van gediend. Zij raakt al snel aangeschoten.

Ik woon in een groot huis, met mijn zussen, zegt zij. Ik heb heel veel zussen.

Hoeveel?

Vijf. En een broer.

OK.

Blijf je vanavond bij ons eten? Een van mijn zussen is ambassadeur van Tanzania in Zuid-Afrika geworden. Ze geeft vanavond een afscheidsdiner. Ik bel haar of ze goed vind dat je komt. Ze haalt een stapel i-phones uit haar tas en gaat aan de slag. Geen gehoor.

Wat moet ik hier in godsnaam van denken.

Wij zijn een familie van lawyers, zegt ze. Mijn vader was een lawyer. Mijn zussen zijn bijna allemaal lawyers. Ik heb ook nog wel eens law gestudeerd. Hoe moet ik het zeggen. Zeg maar…human rights. Zo iets. Ja, dat is het. Human rights. Dat ze je niet zomaar op kunnen pakken en zo. En opsluiten, zomaar…dat dat niet kan, begrijp je? In Leiden. Niet afgemaakt hoor. Ken je de secretaris-generaal van de Verenigde Naties?

Ja…eh…Bang-Ky-Moon, die Koreaan.

Nee, die bedoel ik niet, de plaatsvervangend secretaris-generaal.

Nee, nee, eerlijk gezegd niet.

De plaatsvervangend secretaris generaal is een van mijn zussen.

Je meent het.

Ja, ja. Ik heb allemaal heel talentvolle zusters. Wij zijn een moslim-familie. Mijn vader wilde beslist dat wij allemaal zouden studeren. Ik ben eigenlijk de enige die het niet heeft afgemaakt.

Ze bestelt nog een fles. Bier komt in Tanzania in halve liters. Punt uit. Halve liters of niets. Het is prima bier, overigens. Ik houd mijn hart vast. Ik houd het op water. Ik heb geen idee wat ik van dit bizarre verhaal moet denken. Ze belt nog maar eens met de ambassadrice, annex zus, die niet opneemt. Nog meer "blood" meldt zich met telefoon en pet en wordt omhelsd. Waar ben ik aan begonnen.

Kom, zegt ze. Ik laat je mijn huis zien.

Een van de bloedverwanten heeft een auto en rijdt ons naar een compound in een van de vele lommerrijke buurten. We gaan een witte villa binnen. A. drapeert zich op en van de zwartleren banken. Ze is inmiddels behoorlijk aangeschoten.

Ik kan je geen alcohol aanbieden, zegt A. Wij zijn een moslim familie en in dit huis wordt geen alcohol geschonken.

Geen probleem, zeg ik.

Wat moeten al die diep gelovige moslim zusters denken van de aangeschoten A, denk ik. En van mij. Misschien denken ze wel dat ik haar dronken heb gevoerd. Dat ik - ongelovige - haar van het rechte pad af heb geleid.

Vinden je zusters het niet vervelend dat je drinkt?

Nee, nee, zolang ik het maar niet in huis doe. Wij zijn geen fanatiekelingen of zo, dat moet je vooral niet denken. Wij zijn heel tolerant. Moslims zijn sowieso heel tolerant. Nederlanders begrijpen dat niet. Mijn zussen bidden allemaal vijf maal per dag. Ik bid alleen als ik er zin in heb. Dat is tussen mij en Allah. Daar heeft niemand verder iets mee te maken.

Ik glimlach respectvol.

We staren wat naar het nationale nieuws van TBC, in het Swahili, zij wat lodderig, ik niet begrijpend.

Er wordt een oudere vrouw geïnterviewd. Het lijkt over vliegtuigen te gaan.

Kijk, kijk, zegt A., plotseling weer enigszins bij de tijd. Kijk, dat is mijn zuster.

De ambassadrice, vraag ik.

Nee, nee, een andere, ze is thuis, ze zal zo wel komen.

Er zit dus kennelijk nog een zuster in de politiek. Ik val van het ene stuk surrealisme in het andere.

Eh…wat zegt je eh…zuster.. op de TV.

O, ze is voorzitter van de veiligheidsraad voor het vliegverkeer. Het gaat over iets met het kopen van nee, eh…hoe heet dat, tendering, bijvoorbeeld als ze een eh…airport willen bouwen of zoiets. Ze heeft allerlei hoge baantjes.

Ik begrijp hieruit dat de zuster van A, of althans een van haar zusters, de Tanzaniaanse Pieter van Vollenhoven is. Ik mag dus tevens aannemen dat zij getrouwd is met de broer van de Koning van Tanzania.

Na en tijdje komt een rijzige vrouw de kamer binnen. Ik wordt voorgesteld en A. doet mijn verhaal voor mij.

Wat aardig van u om te komen helpen, zegt de vrouw.

Kennelijk ergert zij zich niet aan de dronkenschap van A., of is ze te beleefd om er iets van te zeggen. Ik ben blij dat ik alleen water heb gedronken.

We hebben veel te weinig artsen in dat deel van het land. Ik hoop dat u het naar uw zin heeft. Het is anders wel een uithoek.

Het zijn aardige mensen, zeg ik beleefd. Ze verwelkomden mij heel hartelijk. Het lijkt mij heel leuk om er te werken.

Dat is plezierig om te horen, zegt de vrouw.

Er is - voorlopig - geen sprake van een logeerpartij.

De zuster gaat op de bank zitten en kijkt naar het nieuws. Ik ook. A. slaapt half.

Zag je me net op het nieuws, vraagt de zuster terloops aan A. Mijn pruik zat niet al te geweldig.

Ja, ja, zegt A., al even terloops. Mij viel het niet zo op.

Discussie gesloten. Ambassadrices, Secretarissen-Generaal, Pieters van Vollenhoven op het nationale nieuws. Zomaar. Alsof het niks kost. Ik heb het gevoel dat ik in en toneelstuk van Alfred Jarry terecht ben gekomen. Salvador Dali, Meester van het Smeltende Horloge, redt mij.

A. vraagt naar de ambassadrice, maar die blijkt te slapen. Ik voel mij steeds meer opgelaten. Ik heb geen zin om in te breken in een familiediner, kennelijk het afscheid van de ambassadrice, die de volgende dag naar Pretoria zal vertrekken. Als het allemaal waar is. Als het niet waar is heb ik er al helemaal geen zin in.

Ik moet er maar eens vandoor, zeg ik bescheiden. Er is niets gezegd over het logeerverhaal, maar dat laat ik dan maar even in het midden. Het kan altijd nog. Laat eerst de maskers maar eens vallen in deze dubbele Tsjechowiaanse komedie. (Drie zusters x 2). Wie is nu werkelijk wie. Dan zien we wel verder.

Dat blijkt geen probleem. Er wordt een taxi gebeld en een half uur later ben ik terug in mijn kale, goedkope hotel in het centrum. Ik sukkel naar het Kempinski space-ship - het is om de hoek - en laat mij vollopen met Serengeti.

Would you like some company, vraagt een van de hoertjes die de de "Level-8 bar" bevolken.

Ik heb meer dan genoeg company gehad vandaag, wil ik zeggen, maar dat is onaardig.

No thanks, I'm fine, zeg ik vriendelijk en zij trekt zich discreet terug. Dit is per slot een top-klasse hotel. De hoeren hier zijn vijf sterren hoeren en die dringen zich niet op.

Ik slurp mijn bier en kijk over het water van de haven naar de lichtjes aan de overkant. Ik weet nog steeds niet wat ik er allemaal van moet denken.

Drie dagen later neem ik mijn intrek in een van de villa's van de zussen. Ik krijg een mooie kamer, met badkamer en al. We maken er een soort bed and breakfast arrangement van. Het klopt overigens allemaal: het gaat werkelijk om een verbazende familie. Ze zijn schattig voor me. Ze kennen iedereen en alles, voor elk probleem hebben ze een of ander aangetrouwd familielid, die wel iets kan ritselen. Niet dat het daarmee op rolletjes loopt, integendeel, Afrika is en blijft een stroperige cultuur, maar ik moet er niet aan denken hoe het gelopen zou zijn als ze er niet waren geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten