zondag 12 september 2010

WITTE OLIFANT

Het begrip witte olifant is het best te begrijpen aan de hand van een voorbeeld. In de tachtiger jaren bouwde Westinghouse, op kosten van de Wereldbank, een atoomcentrale op de Filippijnen. De rekening bedroeg 1.5 miljard dollar, toen nog veel geld. Toen de centrale klaar was verklaarde het Internationaal Atoom Agentschap dat het ding niet in gebruik kon worden genomen omdat het risico van een aardbeving te groot was.


Een ander aardig voorbeeld is de Betuwelijn. Deze kostte 13 miljard euro en toen de spoorweg klaar was bleken alleen al de kosten van het in gebruik nemen zo hoog, dat het niet laten rijden van treinen op het traject jaarlijks een besparing van tientallen miljoenen euro's op zou leveren.

Sumbawanga heeft zijn eigen grote witte olifant. Ik meldde dit al eerder. De Wereldbank (zat Ad Melkert hierachter? Het zou me niet verbazen) bouwde in Sumbawanga een slachthuis, waar 2.000 stuks vee per dag konden worden geslacht. Helaas lopen er in heel Rukwa district, een gebied ter grootte van Nederland, geen 2.000 stuks vee rond, dus was men snel klaar.

Het Sumbawanga General Hospital is, qua witte olifanten een goede tweede. Ik meldde al eerder dat de President van Tanzania onlangs het nieuwe laboratorium heeft geopend. De Amerikaanse Abbott Foundation (zit Ad hier misschien ook achter?) zorgde voor de financiering. Niet alleen betaalden zij vijf maal teveel geld voor het neerzetten van een gloednieuw en totaal overbodig gebouw, zij zorg-den ook voor de installatie van de allerlaatste technologische diagnostische machines. Het soort "kind kan de was doen" machines, waar je aan de ene kant een buisje bloed in stopt en waar aan de andere kant de uitslagen, gecomputeriseerd en al, uit komen rollen.

Maar jullie voelen hem al aankomen: met die machines ging het op de een of andere manier niet echt goed. Toen ik twee maanden geleden in dit ziekenhuis begon liep het nog wel aardig. Maar na een poosje bleek dat ook deze hypermoderne machines reagens verbruikten en toen dat op was bleek het nergens te krijgen. Of misschien was het wel te krijgen, maar niemand wist waar. Of mis-schien wist iemand wel waar het te krijgen was, maar bestellen is een hoop gedoe en het moest van ver komen (Dar es Salaam, 1700 km.). En er was geen geld voor.

Daarna kwamen er problemen met machines die nog wel functioneerden: ik werd met enige regel-maat geconfronteerd met bizarre uitslagen, die niet overeenkwamen met het feit dat de betreffende patient (nog) in leven was. Met een ureum van 372 (normaalwaarde maximaal 7), of een ASAT van 6.239,45 (normaalwaarde maximaal 40) houdt niemand het lang uit. Niet dat het personeel opkeek van dergelijke cijfers. Het briefje kwam uit de machine rollen en werd klakkeloos aan de aanvraag gehecht en naar de afdeling gestuurd. Navraag leverde wat verwarde blikken op, met de mededeling dat het over zou worden gedaan, waarna dezelfde absurde cijfers opnieuw zonder omhaal werden afgeleverd. Men vond het daarbij overigens geen probleem om de patient wel twee maal te laten betalen.

Na een poosje hielden de artsen op met aanvragen, waarna de machines "dysfunctional" werden verklaard en dat was dan dat. De monteur die de machines weer aan de praat moet helpen, moet uit Nairobi in Kenya komen, drie tot vier dagen reizen. Toen de President het gebouw opende was het halve laboratorium al dysfunctional en inmiddels werkt er vrijwel niets meer. Vanochtend begaf de laatste functie het: de bepaling van het hemoglobinegehalte in het bloed. Op zich is dat niet zo erg, want de bloedbank is al dagen leeg. Er wordt immers pas nieuw bloed besteld als het oude echt helemaal op is. Een en ander volgens het principe: je koopt geen nieuwe schoenen als je op de oude nog kunt lopen. Het bloed moet uit Mbeya komen, een dagrit verderop. Gekoeld. Kennelijk gaat dit de logistieke vermogens van het hospitaal te boven.

Voordat de Abbott Foundation het in zijn hoofd haalde om dit volslagen krankzinnige project op te zetten, deed men al dit soort testjes met de hand. Een Hb spectrometer kost ca. 200 euro. Er zijn eenvoudige testjes om elektrolyten te meten en zelfs ondergetekende kan in 10 minuten met een paar stukjes glas en een telraam een gedifferentieerd bloedbeeld aanmaken.

Helaas heeft men, in de algehele opwinding, al die apparatuur maar weggegooid. Of misschien ook wel niet. Misschien staat het allemaal nog wel ergens, maar men is na twee maanden zo gewend aan de 21ste eeuw, dat men het beneden de Afrikaanse waardigheid vindt om het weer op de ouder-wetse manier aan te pakken.

Er wordt eigenlijk alleen nog maar microscopie gedaan. Poep en bloedfilm voor malaria. Urine kan niet, want de dipsticks zijn op en er is geen centrifuge. Die is kennelijk per ongeluk ook weggegooid.

Poep kijken is weinig interessant in Sumbawanga. Iedereen die zich hier met diarree meldt wordt hoe dan ook onder de antibiotica gestopt. Of er al dan niet ondeugende beesten worden gezien door de microscoop of niet doet daaraan niet af of toe. Kuurtje afmaken svp. En iedereen met hoofdpijn en/of koorts wordt aan de Quinine gehangen. Je weet maar nooit. Van de 150 bloedfilms die ik heb ingezonden, werden er in zegge en schrijve een malariaparasieten gevonden. Maar iedereen krijft dagenlang intraveneus quinine.

Het enige wat nog functioneert aan het lab is de WC, een groot, schoon en verrukkelijk hok, met een normale plee en een sproeier om de aars mee schoon te maken. De handdroger is al wel kapot en gaarne je eigen papier meebrengen, maar een kniesoor….

Het laboratorium is niet het enige witte olifantje van Sumbawanga. Vorig jaar al toonde de plaats-vervangend directeur, dr. J., mij met trots een prachtig witgeschilderd gebouw, waarin maar liefst 40 kamertjes. De aannemer moest er nog het een en ander aan doen, maar daarna zou het dienst gaan doen als de nieuwe "GRADE 1". Dr. J. verklaarde dat het gebouw bestemd was voor patiënten met geld, of patiënten die op de een of andere manier verzekerd waren. Deze eenheid, waar uitsluitend quality care zou worden geleverd, moest geld op gaan brengen, geld dat dan weer terug kon worden geploegd in de rest van het ziekenhuis. Een soort variant op Robin Hood, maar dan met de stethoscoop in plaats van pijl en boog. Toen ik na een half jaar terug kwam, stond de nieuwe GRADE 1 er nog precies zo bij als daarvoor: wit, zonder ramen of deuren. De aannemer moest er nog iets aan doen.

Eerst even iets over de oude GRADE 1. Ik liep hier al weken rond en ik had al eens een bordje gezien waarop GRADE 1 stond met een pijl, maar ik wist niet wat of waar het was. Tot ik werd geroepen om er een patient te zien. De oude Grade 1 bleek precies zo'n gebouw als hetgeen mij was getoond door dr. J. Ook met 40 kamertjes, alleen waren deze kamertjes vervallen, smerig, niet wit geschilderd en de ruiten waren, zoals het hoort in Afrika, gebroken. Ook de oude Grade 1 bleek bestemd voor de klasse patient, net als de nieuwe. Het ziekenhuis heeft dus inmiddels 80 kamertjes voor klasse-patienten.

De klasse patient die ik moest zien bleek een moddervette dame, die mijn hulp had ingeroepen, omdat ze bang was dat dr. M., u allen inmiddels wel bekend, haar zou vermoorden, voordat ze kans zou zien om zich naar Mbeya te laten verschepen. In die grote stad, 350 km. verderop, hoopte ze iets aan te treffen dat op gezondheidszorg leek. Ze had hoge bloeddruk en dr. M. had haar een injectie van 240 mg. Lasix voorgeschreven.

De verpleegster van Grade 1, had mij - indachtig aan het motto "quality care" - voor een second opinion laten komen. De verpleegster verklaarde overigens haar dagen door te brengen met breien en lezen, omdat er zelden een patient kwam, in Grade 1.

Niemand ligt hier langer als een of twee dagen, zei ze. Zodra de familie een auto heeft gevonden, worden ze naar Mbeya gebracht. Mensen met geld of met hersens hebben geen vertrouwen in dit ziekenhuis.

Waarom niet?

Hoe lang ben je hier al?

Drie weken.

Dan zou je dat toch zo langzamerhand zelf wel moeten weten.

Dit alles wordt des te interessanter als je op de afdeling interne voor vrouwen komt. Die afdeling telt 11 bedden en gemiddeld 20 patienten of meer. De dames liggen op de grond op matrassen, of met z'n tweeën op een smal bed, voet tegen hoofd, hoofd tegen voet. Kuchende TB lijdsters en van top tot teen beschimmelde AIDS-slachtoffers delen blijmoedig een sponde. Wel lekker warm 's nachts. Over het algemeen ligt er wel een psychotische vrouw tussen die vergeten is haar chloorpromazine in te nemen (iets anders is er niet) en die op luide toon de terugkomst van De Heer en andere blijde gebeurtenissen voorspelt. Kortom, het is een vrolijk spektakel. Er bestaan al jaren plannen om deze wardi (afdeling) uit te breiden, maar het komt er maar niet van. De nieuwe eenheid psychiatrie is ook al jaren in aanbouw, evenals het nieuwe outpatient department en de nieuwe afdeling voor HIV-patienten, maar de aannemer moet er nog iets aan doen.

Ik rapporteerde al eerder over die afdeling obstetrie, waar 15 tot 20 bevallingen per etmaal plaats-vinden in een hok van 6 x 6 meter, waarin vier kraambedden staan gepropt. De situatie is niet veel beter dan in Mpanda. Patiënten die een keizersnee hebben gehad, worden na gemiddeld 36 uur al naar huis gestuurd, omdat er geen plaats is, met desastreuze gevolgen. Vrouwen liggen met z'n tweeën in een ziekenhuisbed, hun buiken vol met kinderen passen maar nauwelijks onder of boven elkaar.

Een eind verderop staat het nieuwe gebouw voor obstetrie. Het is ruim, het heeft een eigen operatiekamer voor de keizersneden, de ramen zitten er in, het staat al een jaar of langer leeg, het zou zo betrokken kunnen worden, maar…de aannemer moet er nog iets aan doen.

Maar er zijn ook successen te melden. Anderhalf jaar geleden kwam het nieuwe operatiegebouw klaar. Maar liefst drie operatiekamers, alles nieuw en brandschoon. Al vorig jaar november liet dr. J. mij het prachtige gebouw zien, waarbij hij steevast de nadruk legde op het feit dat hij al dit moois zelf had ontworpen. Hij was als een kind zo blij.

Toen ik een half jaar later terugkwam stond het gebouw nog steeds leeg, ondanks het feit dat de aannemer ditmaal echt helemaal klaar was. Alle operaties werden nog steeds uitgevoerd in een klein, tochtig, smerig gebouwtje met de gebruikelijke kapotte ramen, gebrek aan water en waar de elektriciteit om de haverklap uitviel.

Het nieuwe gebouw was vermoedelijk leeg blijven staan tot het jaar 2100, als Prof. Skip niet was gekomen. Maar Prof. Skip kwam wel en een dag later gingen dr. J. en de RMO gezamenlijk op stap. Officieel voor een of ander congres, maar eigenlijk gewoon op vakantie.

Prof. Skip heeft vanaf dat moment het rijk alleen. Hij scheldt weliswaar elke dag op dr. J., die op vakantie is gegaan en hem met de zooi heeft laten zitten, maar stiekum vindt hij het prachtig. Verdomme, zegt Prof. Skip, nu zullen ze het weten ook. Ik verdom het om in deze rotzooi te werken.

Hij chartert een stel studenten en brengt eigenhandig de hele inventaris van het old theatre over naar het new theatre. Dan wijdt hij plechtig de nieuwe operatiekamer in met een geniale laparo-tomie.

Dat vindt niet iedereen even leuk. Dr. Skip mag dan in het new theatre willen werken, de oude garde heeft liever het old theatre. Het is veel knusser, zegt men. Het is koud en tochtig en smerig en wrakkig, maar ze zijn er aan gewend. En daarom worden er overal vandaan spullen opgedoken om het old theatre in zijn oude glorie te herstellen. De rebelse dr. Skip mag dan zijn eigen koninkrijkje hebben gevestigd, de aanhangers van de oude stempel zijn nog niet verslagen. Binnen twee dagen is het old theatre uit zijn as herrezen.

Er volgt een goedmoedige en lacherige strijd om het schaarse operatiekamer-personeel, dat nu ineens twee theatres aan de praat moet houden. Prof. Skip krijgt er een staart van, maar iedereen vindt het eigenlijk wel leuk. Dr. J. komt terug en kijkt het geheel was lacherig aan.

En vandaag is het dan toch gebeurd. Ruim 18 maanden nadat het is opgeleverd, zijn alle drie de operatiekamers van het new theatre operationeel verklaard. Nou ja, tamelijk operationeel. Veel beter dan tamelijk zal het wel niet worden. Maar toch…

Toen ik hier begon te werken, verzekerden dr.J. en de Regional Medical Officer en de District Commissioner en de Burgemeester van Sumbawanga mij persoonlijk dat het ziekenhuis over een huis beschikte voor bezoekende artsen, zoals ik. Het huis stond in beginsel te mijner beschikking. Maar de aannemer moest er nog wel even iets aan doen…

Geen opmerkingen:

Een reactie posten