zondag 12 september 2010

TOVERKOL

Ik schrijf dit om 4 uur 's nachts. De wind giert om het hotel, waardoor het hier meer heeft van het kasteel van de Baskervilles dan van het hart van donker Afrika. Ik ben wakker geworden van het concert van klepperende deuren en ramen die niet willen sluiten. En van het janken van de wind.

Is het herfst hier? Lente? Ik weet het niet, maar het stormt al dagen. Ik heb een dikke winterjas aan, want aan verwarming doen ze hier niet.

Er is nog maar een lichtpeer over, de andere peertjes zijn uitgevallen, ze hebben een bajonetfitting en dergelijke peertjes heeft het hotel niet meer. Ze zijn kennelijk ook niet van plan ze te gaan kopen. Mijn speurtocht langs de vele minuscule winkeltjes in "de stad" heeft weinig opgeleverd tot nu toe.

Ik mag overigens blij zijn dat er überhaupt elektriciteit is, vannacht.

Ik heb een vriend. Het is een vriendelijke jongen van een jaar of twintig, die mij met mijn accu's zag sjouwen, die ca. eens in de week moesten worden opgeladen, omdat ze er dan de brui aan gaven.

De accu-oplaad-winkel, een onbeschrijfelijk goor hokje ter grootte van een invaliden-wc aan de hoofdstraat, vol met eigengemaakte transformatoren, onduidelijke draadjes en voorwereldlijke lasapparatuur, was maar een paar honderd meter lopen en dus sjouwde ik zo nu en dan, moedeloos, met mijn loodzware accu's (het zijn er twee) van het hotel naar het transformatorhokje.

Tot de vriendelijke jongen mij hielp met sjouwen.

Dat gaat geld kosten, dacht ik, dat sjouwen, maar je kunt zeggen wat je wilt van die Tanzanianen, en ik heb al heel wat van ze gezegd, maar behulpzaam zijn ze. En deze wilde geen geld. Hij hielp gewoon.

Hij had een beetje een raar hoofd, niet heel erg raar, meer een soort punthoofd en met van achteren ook een paar grote bulten. Maar hij sprak uitstekend Engels en hij was vriendelijk. Ik dronk een cola met hem en hij vertelde dat hij in Kenia op school was geweest en dat hij medicijnen wilde gaan studeren. Dit jaar was het er niet van gekomen, want zijn moeder had problemen, maar volgend jaar zou hij zich inschrijven voor een van de twee medical schools in het land.

Maakte hij een kans?

Nauwelijks, zei hij.

Hoezo, heb je geen goede cijfers?

Met cijfers heeft het niet veel te maken.

Waar dan wel mee?

Nou ja…kijk…er zijn 400 plaatsen en 3.000 kandidaten. Om mee te doen met de inschrijving moet je alleen al 450.000 TSH betalen (300 USD, dat is 2 x het jaarinkomen van de gemiddelde inwoner van Sumbawanga).

Krijg je dat terug als je niet wordt aangenomen?

Nee, die 4.5 lakh ben je kwijt.

En dan, moet je dan door een soort ballotage?

Ja.

En dan beoordelen ze je cijfers van de high school, of je motivatie, dat soort dingen?

Nee, dan moet je weer betalen. Hoe meer je betaalt, hoe groter je kans. Of je moet connecties hebben. Politieke connecties, begrijp je?

Dus de grootste stommeling kan worden aangenomen?

Ja. In wezen wel.

Dan zullen er wel een heleboel uit vallen in de loop van hun studie.

Ja, er vallen er een heleboel uit, die het niet volhouden, of die gewoon te dom zijn.

Maar jij denkt wel een kans te kunnen maken.

Ik kan het in elk geval proberen, zegt Ibrahim, want zo heet hij.

Ik verwacht nu een smeekbede om sponsorship, maar die blijft, wonder boven wonder uit.

Ik stel Ibrahim voor om in het weekend naar Lake Rukwa te rijden en een eind te gaan wandelen. Daar is hij helemaal voor in. Onderweg blijkt dat Ibrahim in meerdere opzichten bijzonder is.

Ben je moslim, vraag ik hem.

Nee, hij is christian.

Hoe kom je dan aan een Arabische naam?

Mijn familie is moslim.

Hoe komt het dan dat jij christian bent?

Ik ging naar een christelijke school in Kenya, omdat er geen moslim school was in de stad. Toen ben ik bekeerd.

Wat vinden je ouders er van?

Die vinden het heel erg.

Maar ze spreken nog wel met je.

Yes, but they challenge me, always. It is very difficult.

Ja, dat kan ik me wel voorstellen. Je bent nu een afvallige. Volgens de Koran zouden ze je moeten doden.

Ibrahim lacht.

Er staat zoveel in de Koran, zegt hij. Mijn ouders zijn goede mensen.

Als je zou trouwen en je trouwt een Christian girl, zouden je ouders dat accepteren?

Nee. Nooit. Ze zouden haar niet hun huis in laten.

Hoe moet dat dan?

Ik trouw een moslim meisje.

Twee geloven op een kussen, dat kan toch niet goed gaan. Kun je niet gewoon weer teruggaan naar de Islam?

Ik kan niet aan de gang blijven met bekeren. Dat vindt ik niet gewetensvol.

Ga je naar de mis?

Nee, eigenlijk nooit. Ik geloof wel en ik bid, maar de mis, dat duurt me allemaal te lang.

Wat is jouw religie, vraagt Ibrahim mij.

Ik heb geen religie.

Bid je niet?

Nee, zeg ik. Ik werk. Dat levert meer op. Misschien zouden meer mensen dat moeten doen.

Dat vindt Ibrahim erg grappig en we slaan de handen tegen elkaar, zoals men dat in Afrika gewoon is te doen, wanneer men iets grappigs heeft bedacht over het leven. En Afrikanen vinden het leven heel erg grappig.

Maar dat is niet het enige bijzondere aan Ibrahim. Ik neem hem vaker mee op wandelingen en hij blijkt een goede wandelaar te zijn en prima gezelschap.

Weet je, zegt hij, als we een van de vele kale hoge heuvels opsjouwen die het dal van Sumbawanga omgeven, hij fluitend, huppend van de ene steen op de andere, ik hijgend en zwoegend.

Weet je, er was gisteren een vergadering in mijn wijk.

O ja?

Ja. Ze hadden een heks betrapt.

Je meent het.

Het was een vrouw, die er van verdacht werd dat ze haar man had vermoord.

Een heks (hijg, hijg)? Had ze haar man vermoord met hekserij?

Ja. Ja.

Hoe zo dan?

Nou ja, haar man was politieman en op een dag zat hij op zijn kantoor en toen was hij omgevallen en toen was hij dood.

Maar dat hoeft toch niets met hekserij te maken hebben. Misschien had hij een hartaanval of zo, of een hersenbloeding.

Ja…nee, maar ze hadden die vrouw betrapt. Naakt.

Hoezo naakt.

Nou, ze zat ergens tussen een paar huizen en ze was naakt en ze was bezig met stokjes en vuur en steentjes en zo.

Met hekserij?

Ja, precies. Dan zijn ze naakt, die heksen. Anders werkt het niet.

En toen?

Nou, toen hadden de mensen van de buurt haar gevangen genomen en gisteravond was er een vergadering over haar.

Was zij er ook bij?

Natuurlijk!

Naakt?

Nee, ze hadden haar weer aangekleed.

En toen?

Ze bekende alles. Dat ze met hekserij bezig was en dat ze haar man had vermoord en zo.

Ze bekende dat ze haar man had vermoord?

Ja.

En toen?

Nou ja, toen werd er vergaderd over wat ze met de vrouw gingen doen.

Wat wilden ze met haar doen?

Eh…een aantal vond dat ze haar weg moesten jagen, de stad uit, maar er waren er ook een stel die vonden dat ze gedood moest worden.

Gedood?

Ja. Dat gebeurt regelmatig. Dat ze een tovenaar vinden of een heks en dan nemen ze hem mee naar de begraafplaats en dat slaan ze hem bewusteloos of dood en steken ze hem in brand.

Wat!? Maar dat is, nou ja…hoe heet dat…

Mob justice.

Ja, precies, mob justice. En hoe gaat dat dan in zijn werk? Wie beslist? De wijk-oudsten? Wordt er gestemd?

Ja, er wordt gestemd.

Hoe, met hand opsteken, of met applaus, of zo?

Nee, met briefjes.

Met briefjes?

Ja, met briefjes in een doos.

Kom op, Ibrahim. You're pulling my leg. Je denkt toch niet dat ik dit allemaal geloof. En de politie dan, was die er ook bij?

Ja, ja, maar die deden niets.

De wijk besluit om iemand om zeep te helpen en de politie doet niets?

Nee, die zijn bang. Bang voor het volk en bang voor de tovenaar.

Maar die is dan dood.

Ja, maar het is een heel netwerk. Deze vrouw bijvoorbeeld, haar vader is ook tovenaar en hij heeft ook nog een hoge politieke functie. Daarom hebben ze haar laten leven. Ze zijn bang voor haar. Alleen wat jonge heethoofden hebben gestemd voor haar dood.

En wie mag er bij zijn, bij die vergadering?

Iedereen. Het is openbaar.

Openbaar?

Ja, ze willen dat iedereen ziet wat er gebeurt. Anders komen we er nooit vanaf. Het is heel gevaarlijk hoor, en stiekum, al dat gedoe met die hekserij.

Iedereen die ik ken zegt dat al dat gedoe met witchcraft niet meer bestaat.

Ha! Wat een onzin. Heel veel mensen zijn er bij betrokken. Nu met de verkiezingen zeker. Heel veel kandidaten raadplegen witch-doctors. Er wordt veel geld aan uitgegeven. De witch-doctors hebben behoorlijk wat macht en aanhang. Sommige van de politici zitten zelf in de hekserij. Laat je niet voor de gek houden.

Maar jij gelooft daar toch niet in. Je bent een roma (katholiek). De kerk verbiedt je om in hekserij te geloven.

Er zijn genoeg bisschoppen die witch-doctors raadplegen.

He b je zelf wel eens iets meegemaakt?

Nee, alsjeblieft niet, maar er zijn verhalen van mensen die zomaar ziek werden of waarvan het huis door de bliksem werd getroffen, of die gek werden. Mijn grootvader sliep in het toilet, omdat hij dacht dat hij dan rijk zou worden. Ze hadden hem behekst. Het gebeurt vaak genoeg.

Maar je wilt dokter worden. Wetenschapper. Je kunt al die onzin toch niet geloven?

Ik ga af op wat mensen mij vertellen. Betrouwbare mensen.

Ibrahim is een prima jongen. Hij woont met zijn in-law in een huis. Het huis is van zijn broer en de in-law is een van de drie vrouwen van zijn broer. De broer heeft drie kinderen bij haar en vier bij elk van de andere twee vrouwen.

Is hij met al die drie vrouwen getrouwd?

Nee, alleen met de in-law. Dat is zijn officiële vrouw. Met de andere vrouwen is hij voor de moskee getrouwd. Niet voor de gemeente, begrijp je?

Hmm.

En wat vinden die vrouwen daar allemaal van.

Die vinden het maar niks, zegt Ibrahim. De in-law vindt het in elk geval niks. Soms komt de broer langs en dan vechten ze. Er vallen klappen. Ibrahim probeert het allemaal een beetje in de hand te houden, maar het is zijn oudere broer. Het is allemaal niet makkelijk.

En onderhoudt die broer die vrouwen allemaal?

Nou…nee, eigenlijk niet. De in-law (hij blijft haar consequent my in-law noemen) moet zelf aan de kost zien te komen. Eigenlijk. Ze werkt in een kapsalon. Maar dat levert niet veel op.

Wat vindt je daar nu van?

Mijn broer is eigenlijk een beetje een schurk. Maar ja…ik woon wel in zijn huis. Het is een moeilijke situatie.

Ja, dat kun je gerust wel zeggen.

Wordt, alweer, vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten