zondag 12 september 2010

KORTING

Eerst even een rectificatie. Ik meldde in een van de vorige afleveringen dat het per capita inkomen van Tanzania 1.400 UDS bedroeg. Sorry, dit moet zijn 400 USD. Dat is natuurlijk niet zo veel. Angola, toch geen economische hoogvlieger bijvoorbeeld doet het beter met 1.900 USD, Zuid-Afrika klokt bijna 6.000 USD. Angola heeft natuurlijk olie en Zuid-Afrika diamanten.

Verder gaat het om gemiddelden. Daarbij moet je bedenken dat alle hoofden van de bevolking gemiddeld zijn, maar sommige zijn meer gemiddeld dan andere. Als de jaarlijkse bankbiljettenregen in al die landen begint, dan blijken sommige mensen over veel grotere hoofden van de bevolking te beschikken dan de rest. Aan die grote hoofden blijven dus ook meer bankbiljetten plakken. Dat schijnt vooral zo te zijn in landen met veel delfstoffen. En in landen met veel ontwikkelingsgeld. Hoe zou dat nou toch komen.

Het kan natuurlijk nog erger dan de 400 dollar van Tanzania, de gemiddelde inwoner van de DRC, vroeger Zaïre geheten en ook toen al een zootje, moet het doen met 160 USD ondanks de overdaad aan grondstoffen die in dit helse oord worden aangetroffen. Maar Tanzania doet het dus gewoon belabberd slecht en hoort tot de allerarmste landen van Afrika en van de wereld. Dit even voor de goede orde.

Dar-es-Salaam, de hoofdstad van Tanzania. Vijf miljoen inwoners. Vier miljoen werklozen.

Peggy heeft een auto te koop. Peggy van de Canadese ambassade. We maken een rondje in de auto.

Hij doet het prima. Peggy is een nerveuse vijftiger. Peggy wil mij eigenlijk zo snel mogelijk kwijt, krijg ik de indruk. Nog veel sneller dan dat zij de auto kwijt wil. Geen probleem.

Pas als ik haar terloops vertel dat ik in Sumbawanga ga werken verandert haar stramme houding plotseling. Haar strakgetrokken gezicht barst open in een stralende lach.

Peggy zegt dat zij haar Landcruiser weg wil doen, maar met heel veel spijt omdat zij er, met haar echtgenoot, al die safaris in heeft gemaakt. Peggy wilde hem eigenlijk mee nemen naar Bangladesh, die Landcruiser dan. De echtgenoot misschien ook wel, trouwens. Bangladesh is haar volgende baan voor de Canadese regering, waar ze, net als overal elders in de wereld, gaat helpen al die Canadese hulp-dollars in goede banen te leiden: naar de armen, de verschoppelingen, de zieken, de verlorenen.

Sumbawanga, zegt ze. My favourite place in Tanzania.

En dan wordt ik dus plotseling toch nog uitgenodigd in haar wat bizarre superdeluxe villa in een geschakeld complex van torenvormige bouwsels aan een van de lommerrijke lanen langs het strand van de Indische Oceaan. Binnen klimmen de smeedijzeren balustrades van zwaar geornamenteerde spiraalvormige trappen en overlopen drie verdiepingen omhoog langs de wanden van de grote, ronde woonkamer. Marmer domineert de vloer en de wanden. Het geheel is gemeubileerd met het soort protserige ornamentiek dat vooral in de smaak valt bij Hindoes.

Ik krijg koffie. Eigen gekochte en gemalen bonen, overgehouden van haar safari in Arusha.

Hoelang woont ze hier al, vraag ik belangstellend.

Vier jaar. Haar man is met vakantie in Canada.

Niets wijst erop dat zij in al die tijd ook maar iets persoonlijks aan het interieur heeft toegevoegd. Het huis is haar duidelijk gemeubileerd toegewezen, inclusief het decoratieve porselein in de protserige vitrinekasten, de vergulde spiegels, de koperen plaquettes aan de wand met onontcijferbare inscripties. Alles is gegarandeerd stofvrij, nergens slingert iets rond, er is geen spoor van nonchalance of spontaniteit. Alles lijkt onaangeroerd sinds zij er in trok. Het huis lijkt permanent in staat van paraatheid voor onmiddellijk vertrek. Zij heeft de afgelopen 25 jaar dan ook vrijwel geheel op reis doorgebracht in alle uithoeken van de wereld. Verpleegkundige in Engeland, vroedvrouw in Australië en de binnenlanden van PNG, MA's in public health in Engeland, ontwikkelingswerk in Azie, Afrika, Zuid Amerika etc.

Ze begint een nerveus en geëmotioneerd betoog over het gebrek aan organisatievermogen van de Afrikanen, over hun onwil om behoorlijke cijfers te genereren, hun omwil om hun plannen te baseren op de weinige betrouwbare cijfers die er wel zijn. Over hun gebrek aan management skills, hun gebrek aan medische vakkennis, hun gebrek aan financieel inzicht. Hun gebrek, eigenlijk, aan alles.

Ik vraag me hoe het mogelijk is dat dit alles haar, na 25 jaar, nog steeds zo op kan winden. Hoeveel van haar collega's heb ik al niet gezien, die na enkele jaren al waren bezweken onder de last van hun cynisme. Gelooft zij er nog in?

Je moet erin geloven, zegt ze. Het moet. Anders is alles verloren.

In elk geval verliest zij haar baan, als ze er niet meer in gelooft, denk ik.

Is er dan vooruitgang?

Peggy houdt zich bezig met human resources, zegt zij. Human resources is haar passie. Zonder HR geen gezondheidszorg. De rapporten van de regering geven jaar na jaar aan dat het aantal gezondheidswerkers toeneemt. Zij deed onderzoek. Jawel, in Sumbawanga. Er klopte helemaal niets van. Er waren targets. 68 procent van die targets zouden zijn gehaald. Was dat echt zo? Welnee, elk jaar waren er minder gezondheidswerkers in het district. Terwijl er elk jaar meer op de loonlijst stonden.

Werden die mensen dan wel betaald?

Ja en nee. De meeste health care workers werden sowieso niet betaald, of alleen zo nu en dan. Dan maakt het natuurlijk ook niet zo veel uit of zij al dan niet op de loonlijst staan.

Hoe blijven die mensen dan in leven?

Door geld te vragen voor hun diensten. Een dokter kan geen auto rijden van 300 dollar in de maand, laat staan zijn kinderen naar de universiteit sturen. Het maakt niet eens veel uit of hij die dollars uitbetaald krijgt of niet. Dus moeten zijn patiënten betalen.

En de verpleegkundigen?

Er zal wel een systeem voor zijn, die ziekenhuizen leiden een eigen leven. In de kliniekjes in de bush wordt gewoon betaald voor geleverde diensten, ook al zou alles gratis moeten zijn.

De verpleegkundige die het kliniekje in de bush runt is elke maand twee of drie dagen onderweg om haar salaris op te halen. Vaak is het salaris niet veel hoger dan de kosten van het vervoer om het op te halen. En dan nog komt ze meestal voor niets. Na een tijdje geeft ze het op en leeft van bijdragen van haar patiënten.

Betalen de doneren mee aan de payroll van het ministerie?

Dat is moeilijk te zeggen.

Waarom?

De regering krijgt van alle kanten geld om de government health care workers te betalen. Niemand weet precies hoeveel en van wie. Al met al wordt zo'n 80% van de health professionals betaald uit donorgeld. Maar de regering krijgt ook geld om allerlei andere projecten te steunen. Ook van allerlei verschillende donoren. Een belangrijk deel van al dat geld verdwijnt gewoon. Of het wordt doorgeschoven naar andere ministeries, bijvoorbeeld wegenbouw of landbouw. Zo onder het mom van: als er betere wegen zijn, of meer eten, is dat ook goed voor de gezondheid. Op zich is dat ook wel zo. Op die ministeries verdwijnt natuurlijk ook weer het nodige.

Er is dus geen enkele controle.

Vroeger niet, zegt Peggy, en haar gezicht klaart op. Maar daar komt nu verandering in. Heb je gehoord van de Paris Declaration?

Nee.

Dat verbaast haar. De Paris Declaration is of wordt kennelijk een monumentaal omslagpunt in de geschiedenis van de mondiale bodemloze ontwikkelingsput.

Al die donorlanden gaan hun bijdragen nu in een mand doen, zegt Peggy voldaan. De regering krijgt niet meer allerlei kleine bedragen, een paar miljoen van Jantje en een paar miljoen van Pietje, maar een groot bedrag.

Dat lijkt me nauwelijks een garantie voor beter beleid, opper ik voorzichtig.

Jawel, jawel. Kijk: veel geld gaat naar de non-governmental organisations. Daar zijn er veel van. Alleen al voor HIV/AIDS bestrijding hebben we vierhonderd aanvragen van organisaties. In totaal zijn er duizenden NGO's die geld hebben aangevraagd. Vroeger verdeelde de regering dat geld zelf. Maar dat gaat veranderen. Want we gaan een soort organisatie oprichten die het allemaal gaat monitoren en begeleiden. Daar hebben we, met z'n allen, tenders voor uitgeschreven. Voor het begeleiden van de financiën, voor kwaliteitscontrole, voor management skills improvement, enz. Deloitte en Touche bijvoorbeeld gaat de financiën van al die organisaties controleren. Een andere organisatie geeft managementcursussen. Van nu af aan is het uit met het strooien met geld. De Nederlanders subsidiëren dit hele bewakingsproces. Jullie mogen wel trots zijn op je regering dat zij het voortouw hebben genomen.

Ik ben trots.

Wat vindt de Tanzaniaanse regering hiervan?

Die vinden het maar niks. We hebben natuurlijk moeten beloven dat we Afrikaanse organisaties de controle laten doen. Anders wordt het een vorm van neo-kolonialisme.

Deloitte en Touche?

Nou ja, D&T Tanzania.

En het geld dat rechtstreeks naar de regering gaat?

Daar hebben we natuurlijk geen greep op.

We praten door tot een uur of tien. Dan kondigt Peggy aan dat ze een taxi voor me gaat bellen.

Die zegt dat hij op de hoek van de straat zal wachten. Ik neem afscheid van Peggy en loop naar de hoek van de straat. Geen taxi. Wel het zachte klotsen van de golven op het strand aan de overkant van de weg. En vijf jongelieden die plotseling uit het duister opdoemen en sissen: money, money.

Goh, denk ik. Dat was ook niet echt handig, om hier onder een lantarenpaal te gaan staan, midden in de nacht, op een verlaten weg langs het strand.

Ik wordt aan alle kanten betast door tien of twaalf handen tegelijk. Ik weet nog van de cursus van MSF wat ik moet doen. Rustig blijven, je lege handen laten zien en ze zeggen dat ze kunnen nemen wat ze willen. Maak ze niet zenuwachtiger dan ze al zijn en verweer je niet.

Ik heb vrijwel geen geld bij me, maar ze hebben wel mijn telefoon en mijn horloge te pakken.

Dan zie ik ineens, verrek, ze hebben mijn paspoort! Had ik dat bij me? Normaal heb ik alleen een copie.

He, zeg ik tegen het joch dat mijn paspoort vasthoudt. Dit wil ik graag zelf houden, dat heb ik nog nodig.

Hij kijkt mij wat wazig aan. Hij kijkt naar het paspoort, nog eens naar mij en geeft het mij terug.

Dan zijn er inmiddels een paar voorbijkomende auto's gestopt en het gezelschap gaat er snel van door.

Ik wordt liefdevol opgenomen in de auto van een moslimfamilie (de dames weigeren beleefd mijn uitgestoken hand) en wordt met alle egards alsnog bij mijn hotel afgeleverd.

Zo maak je nog eens wat mee.

Deze aflevering gaat dus eigenlijk over ontwikkelingssamenwerking. Dat heeft niets met een beroving te maken. Lijkt het. Maar dat is niet helemaal waar. Uiteindelijk was dit mijn eigen schuld. De gele-genheid maakt de dief. Houdt dat laatste even vast.

Eerder in deze katernen liet ik mij wat meesmuilend uit over de neiging van een aantal westerse donorlanden, (N, S, F, CH, GB, NL, World Bank, IMF, UN, etc.) om blindelings grote sommen geld over te maken aan de regering van Tanzania, zonder zich er iets van aan te trekken wat er met dit geld gebeurde. De staatsuitgaven van Tanzania worden al sedert jaren voor 30-40% betaald door genoemde donoren. Het gaat daarbij om bedragen van 1.5-2.5 miljard USD per jaar. Tanzania, the darling of the donors, kreeg meer ontwikkelingsgeld per capita dan enig land in de wereld. Het is - kwa bedrag - op twee na de grootste ontvanger in Afrika. Van enige vorm van ontwikkeling is in al die tijd heel weinig te merken geweest, misschien met uitzondering van het onderwijs.

Tanzania bungelt op alle fronten, infrastructuur, gezondheidszorg, landbouwontwikkeling, etc. etc. onderaan alle lijsten. In de bibliotheek van de universiteit van Dar staan alle rapporten van alle donors: 1961-2010 netjes gearchiveerd. Je kunt er met gemak een flinke container mee vullen.

Maar nu komt het. Een paar weken geleden vond er een historische gebeurtenis plaats. Niet alleen voor Tanzania, maar voor heel Afrika, ja zelfs voor de gehele wereld. Een nieuw tijdperk werd ingeluid. Een nieuwe dageraad brak aan. Licht in de duisternis.

Wat dan? Wat gebeurde er? Houdt ons niet in spanning! Welnu, voor het eerst in de geschiedenis van de ontwikkelingssamenwerking hebben de gezamenlijke sandalendragers besloten om een deel van de centen niet uit te keren. Ze hadden 750 miljoen General Budget Support beloofd en daar houden ze nu 200 miljoen van achter. De andere 750 miljoen projectgebonden hulp gaat gewoon in zijn geheel door, dus het is maar een fractie, maar het is een gebaar.

Waarom? Wel, er waren, voor het eerst sinds mensenheugenis voorwaarden gesteld aan de hulp.

Zo moest de regering haar uitgaven duidelijk verantwoorden. En allerlei vertragingstactieken voor investeringen moesten worden afgeschaft en er moesten duidelijke tekenen zijn dat er daadwerke-lijk iets werd gedaan aan de bizarre corruptie. Dat soort dingen. Daar waren targets voor opgesteld.

Die heeft de regering niet gehaald. Bij lange na niet. Ze hebben er gewoon weer precies dezelfde ondoorzichtige puinhoop van gemaakt als in de afgelopen 50 jaar. En nu hebben ze dus een voorzichtig tikje op de vingers gekregen.

Hoe reageert Tanzania op deze schokkende ontwikkeling. Welnu, laat ik om te beginnen even melden dat Tanzania een stabiel, best wel tamelijk demokratisch en verder vrij land is, met een zeer goede en uiterst kritische pers. De oppositie stelt niet al te veel voor, zij hebben 10% van de stemmen en al 49 jaar heeft de regerende CCM 90%. Deze regeringspartij koopt de stemmen van de armen met het hulpgeld van de donors en de rijken stemmen niet want die horen ofwel bij de graaiers, of ze weten dat het toch allemaal geen bal uithaalt. De daardoor ietwat potsierlijke, maar o.h.a. incident-vrije verkiezingen worden trouwens ook door het rijke westen gefinancierd. De pers is de ware oppositie in dit land, zei de Zwitserse ambassadeur onlangs tijdens een diner. Niet ten onrecht, waarschijnlijk. Daar werd het glas op geheven.

Wat vond de regering van de korting. Wel, de minister van financiën hield het kort. Hij zei dat hij op die manier gedwongen was om naar andere bronnen om te zien om het gat te vullen, bijvoorbeeld richting Azie, China, of zo. Hij ging toch net 2 miljard USD lenen voor allerlei projecten, daar kon die lullige 200 miljoen van de donors ook nog wel bij. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Verder wilde hij er niets over zeggen. Geen woord over de niet gehaalde targets en al helemaal geen woord over een eventuele inhaalslag om alsnog iets aan transparantie en corruptie te doen. Een enkele rege-rings gezinde commentator schreef dat het gewoon een goedkope smoes was van de donors, die zelf in geldnood zitten, om hun verplichtingen niet na te komen.

De betere kranten, gedomineerd door de academische gemeenschap reageerden positief en voor een belangrijk deel zelfs enthousiast op de inperking van de hulp. The donor honeymoon is over kopte de Daily News. Het was ook wel een erg lange en wat eenzijdige honeymoon. Pa deed al die jaren precies waar hij zin in had, verkwanselde het huishoudgeld en joeg zijn hobby's na, moe bracht het geld in en sloofde zich uit om de boel op de rails te houden. Ze bleef - tegen beter weten in - maar geloven dat Pa zijn wilde haren wel een keer zou verliezen. Van een echt huwelijk kwam het ondertussen nooit. Maar nu is de koek op.

Een blessing in disguise, zegt The Citizen. The Daily Mail spreekt zelfs van een blessing without a disguise. Eindelijk houdt het westen op met het blindelings afdekken van de wandaden van een kliek kleptomane graaiers. Misschien wordt Tanzania wakker. Misschien begrijpt iedereen nu eens een keer dat al dit gratis geld er alleen maar toe leidt dat er nooit verantwoording wordt afgelegd.

De ene na de andere commentator wijst er op dat als de regering haar werk naar behoren zou doen, dat er helemaal geen donorgeld nodig zou zijn. Laat het tot bizarre proporties opgeblazen overheids-apparaat om te beginnen maar eens ophouden met het organiseren van volkomen overbodige buitenlandse dienstreizen, seminars, trainingen en conferenties, die jaarlijks honderden miljoenen opslokken. Waarom moeten ambtenaren op staatskosten rondrijden in dure, luxe terreinwagens als ze de stad niet uit hoeven? (Omdat de stad voor het overgrote deel precies lijkt op een motorcross-baan in Brabant op een regenachtige racemiddag, maar dit terzijde. R.P.)

Van alle Tanzanianen betaalt naar 10% belasting, meldt een andere hoogleraar economie. Bij die 10% zijn heel weinig rijken en al helemaal weinig ondernemers. Onlangs is er een soort tax-vrije zone ingesteld voor beginnende buitenlandse investeerders. Het hek erom heen kan wel weg: onderne-mers betalen sowieso geen belasting in Tanzania.

Een commentator rekent voor dat, wanneer Tanzania de belastingvoordelen afschaft voor de goudmijncorporaties en de royalty's opkrikt van de huidige, lachwekkende 2%naar bijv. 10 of 20%, zoals dat in de omringende landen gebruikelijk is, er ook helemaal geen donorgeld meer nodig is.

En dan praten we niet eens over aardgas, Tanzaniet en andere delfstoffen, die het land verlaten vrijwel zonder voordeel voor de Tanzaniaanse maatschappij. Een prima idee dus, die korting, vinden alle commentatoren van The Citizen. Ga zo door. Hulpafhankelijkheid kweekt corruptie, apathie, onverschilligheid. Het ondergraaft de trots en het initiatief van de mensen en leidt tot een bedelmen-taliteit. Laat ze die overige anderhalf miljard ook maar houden. Laat ons het zelf uitzoeken. Dwing de mensen, de kiezers en de politici, om werkelijke keuzes te maken. Dan kan het alleen maar beter gaan met Tanzania.

Een mijlpaal. Dus. En een steuntje in de rug voor al die politici die op hulp willen bezuinigen. Geen steuntje in de rug voor reddertjes, zoals ik. Moet ik er eigenlijk ook maar niet mee ophouden? Moet ik de centen van de goede gevers niet gewoon terug storten en in NL mijn dagen gaan slijten bij de plaatselijke jeu-de-boule club. Daar moet ik eens ernstig over nadenken. U hoort nog van mij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten