Sinds gisteren doet het lab geen Hb meer. Het lab doet al heel lang geen bloedbeeld meer en geen ureum, geen calcium, kalium en geen chloride. Ook geen natrium en geen bilirubine, en geen suiker-gehalte en geen amylase en nog een heleboel andere dingen niet meer, want de hypermoderne machines zijn stuk of er is geen reagens meer. CD4 kan ook niet meer worden gedaan. Geen reagens, zegt het lab. Vreemd, want het reagens en alle medicijnen die er niet meer zijn worden door het Amerikaanse HIV/AIDS-programma betaald. Gewoon te lui om te bestellen? Nee hoor, het geld is opgegaan aan een gigantische villa voor de HIV/AIDS coördinator. (Ik was er onlangs op bezoek).
Eigenlijk doet het lab praktisch niets meer. Het doet enkel nog bloedfilms voor malaria, maar daar bakken ze weinig van, want van de laatste 153 kwam er maar een positief terug. En ze kijken of ze parasieten kunnen vinden in poep. Ook dat lukt maar zelden.
Het splinternieuwe lab kostte op de een of andere manier 475.000 USD, ruim twee keer wat het in Europa zou hebben gekost, tegen Europese prijzen. Een bouwvakker kost hier 5 euro per dag. Reken maar uit waar het geld is gebleven. De president kwam het onlangs openen, het lab.
De verpleging vraagt op het ochtendrapport: hoe kan dat nou, dat het lab geen Hb meer kan doen?
Jasper houdt een lang verhaal, waarin, zoals gebruikelijk, vele malen het woord "labda" voorkomt. "Misschien…"
Kom, zeg ik tegen Jasper, als iedereen aan het werk is gegaan, ze moeten die oude machines toch nog hebben, waar ze het vroeger mee deden? Het kan toch gewoon ook met de hand?
Ja, zegt Jasper. Dat zou eigenlijk wel moeten. Weet je, we gaan maar eens een kijkje nemen.
In het lege lab (het personeel is naar huis - er is immers niets te doen), vinden we uiteindelijk het plaatsvervangend hoofd. We gaan naar zijn kantoor en gaan er eens gezellig voor zitten.
Het plaatsvervangend hoofd vindt het helemaal niet gezellig, dat we er voor gaan zitten. De chef medische staf en een mzungu die komen uitvissen hoe de vork in de steel zit, hij vindt het maar niks. Hij is helemaal niet op zijn gemak. Hij hakkelt zelfs een beetje.
Hoe kan dat nou, dat niks et meer doet, vraagt Jasper.
Ik houd mijn mond en zie belangstellend en beleefd grijnzend toe.
Ja, eh…het is eigenlijk allemaal, ja, kijk, de machines zijn stuk en eh…de reagens is op.
Inderdaad, de machines zijn stuk en de monteur moet uit Nairobi in Kenya komen, als er tenminste een monteur is.
Eh…dat gaat dus…eh…eigenlijk niet lukken.
Dus de machines blijven stuk?
Ja,…eh,…ja…daar komt het eigenlijk wel op neer.
Maar de oude machines, zijn die er nog, vraag ik, belangstelling en behulpzaamheid veinzend, waarbij is er voor zorg dat een fijnzinnig cynisme niet onopgemerkt blijft.
Eh…ja…eh…, maar daar hebben we geen ja, eh…spullen voor…reagens en zo.
Weet je, zeg ik tegen Jasper, laten we die oude machines maar eens gaan bekijken. Misschien kunnen wij er wel iets mee. Ik herinner me vast nog wel iets uit mijn studententijd.
We stappen het prachtige, moderne laboratorium in, waar de grote, vlekkeloos schone, hyper-moderne machines stilletjes van hun ziekengeld staan te genieten.
Aarzelend duikelt de lab-manager uit allerlei kasten wat voorwereldlijke apparatuur op.
Ik zie niet in waarom die dingen niet kunnen werken, opper ik blijmoedig.
Ja…eh…er ontbreken dingen.
Die bestellen we bij.
Ja, dat hebben we geprobeerd, maar ze moeten van heel ver komen, uit Europa. Ze komen er aan, maar het duurt…
Hoe lang precies?
Nou…eh…misschien wel 3 maanden, of misschien meer, een half jaar…
Ik schrijf op wat er ontbreekt en de merken van de machientjes, soms zakformaat groot.
Hier en daar staat de leverancier nog vermeld op het plaatje, met telefoonnummer en al.
Ik bel ter plekke naar Dar es Salaam en krijg prijsopgave en levertijd. Het gaat om bedragen van 50-100 USD en de levertijd is twee dagen.
De lab-manager staat er wat sip bij te kijken.
Sturen maar, zeg ik in de telefoon.
De man heeft "Sumbawanga General Hospital " gehoord en wil eerst geld zien.
Geen probleem.
Ik bel nog een andere leverancier. Binnen tien minuten heb ik voor 150 dollar een wat oude machientjes een heel laboratorium bij elkaar. Hb, bloedbeeld, elektrolyten, noem maar op.
Ik kijk de lab manager triomfantelijk aan.
Er was geen geld voor, zegt hij.
Je hebt nooit om geld gevraagd, zegt Jasper. 150 dollar is echt geen probleem. (Dat blijkt niet waar, het is een enorm probleem. Uiteindelijk schiet ik, in mijn onschul,d het geld voor. Ik krijg het terug zodra de boekhouder terug is van vakantie, zegt dr. J. Niet doen. Nooit meer terug gezien. De boekhouder niet en het geld niet.Dit is een toegevoegd commentaartje achteraf, van de redactie).
Ik zou denken dat het hoofd van het lab opgetogen zou zijn als zijn lab - van een half miljoen dollar, waarvan zeker 75% is verdwenen in de zakken van allerlei boeven - weer iets kan doen, maar nee, hij heeft er behoorlijk de pest in.
Ik had een groot probleem met de assistent-verpleegkundigen op de medische wardi. Ze waren er nooit, gedurende hun dienst, omdat ze andere dingen te doen hadden - zoals shopping, naar de bank gaan of naar de markt, of op bezoek bij Tante Eulalia, enz. -en als ze er al waren, dan verdwenen ze zodra ze mij zagen komen. Dat deden ze waarschijnlijk omdat ze medelijden met mij hadden als ik me probeerde te redden met mijn gebroken Kiswahili. Mogelijk vonden ze het ook niet leuk als ik ze er elke keer fijntjes op wees dat ze de patiënten moesten verzorgen en niet ombrengen.
Uiteindelijk legde ik het probleem bij Jasper neer, die nu gezorgd heeft dat ik competente en Engels sprekende verpleging heb op mijn rondes. Zij zijn er ook daadwerkelijk en het is een zegen. Om mijn goede wil te tonen probeer ik nu zoveel mogelijk Kiswahili te spreken en we hebben de grootste lol.
Vandaag is de meest cynische van de dames present, de spreekbuis van de (terecht) ontevreden verpleging, dr. M. noemt haar Skania, en slagschip van een vrouw.
Goh, zeg ik, ik ga het lab beheren.
O, ja?
Ja, ik heb nieuw materiaal besteld, het blijft allemaal van mij. Ze mogen het lenen.
Het werd tijd ook, zegt Skania. De klootzakken.
Hoezo?
Je denkt toch niet dat het om kapotte machines gaat. Als ze al kapot zijn, dan hebben ze ze zelf kapot gemaakt.
Waarom?
Waar gaan die patiënten nu allemaal naar toe, voor hun bloedtest en zo. Wat denk je?
Geen idee.
Naar een privé-laboratorium. En raad eens van wie dat is?
Geen idee.
Van het hoofd van het ziekenhuis-laboratorium.
Hou op.
Vraag het Jasper.
Dat doe ik.
Ja, zegt Jasper, het klopt. De regering heeft toestemming gegeven dat alle ziekenhuispersoneel
naast het werk in het ziekenhuis een privé apotheek mag openen, of een laboratorium, of een
praktijk als dokter.
Dat van die medicijnen, die verdwijnen, is dat ook…
Ja. Grote hoeveelheden medicijnen verdwijnen. Het hoofd van de apotheek van het ziekenhuis heeft een grote apotheek tegenover het ziekenhuis.
Dus het personeel van de apotheek zorgt voor schaarste in het ziekenhuis, zodat iedereen de medicijnen aan de overkant moet kopen voor 4 of 5 maal de prijs. Grote God, Jasper. Een beetje corruptie is leuk. Iedereen moet zijn kinderen naar school kunnen sturen, maar dit is toch wel heel erg.
Ja, dat is het ook.
Ik bedoel, er gaan hier mensen dood die geen medicijnen kunnen betalen omdat ze worden gestolen door het personeel van het ziekenhuis. Ik spring vaak genoeg zelf bij. Dit is toch om gek van te worden.
Dat is het ook. Vroeger was het allemaal niet zo erg. Het ging om tien procent of zo. Dat is normaal in een ziekenhuis. Maar nu gaat het om enorme bedragen. En het is bovendien een moeilijke tijd.
Hoezo?
Nou ja…over een paar maanden zijn er verkiezingen.
Ik zou denken dat de regering er dan voor zorgt dat de mensen gezondheidszorg krijgen.
Nee, natuurlijk niet. De regering heeft het geld nodig om uit te delen in de dorpen, om te zorgen dat ze aan de macht blijven.
O ja, natuurlijk. Dom van mij.
En de westerse donoren hebben de regering honderden miljoenen gekort op de ontwikkelings-samenwerking, omdat ze niets aan de corruptie doen. Die tekorten worden allemaal verhaald op gezondheidszorg en onderwijs.
Hmm. Ik wil niet onbescheiden zijn, maar hoe houdt jij je hoofd eigenlijk boven water?
Ik heb koeien.
Koeien?
Ja. Ik heb er altijd van gedroomd om cowboy te zijn. Zo met een hoed en laarzen en een lasso en zo.
Serieus?
Ja. Mijn broer heeft een grote cattle farm in Virginia. Ik ben een tijd lang bij hem op bezoek geweest. Hij heeft me het geld gegeven om het op te zetten. Ik zou hier gek worden als ik dat niet had. Het is ver weg van hier, in de bergen. Ik denk er vaak aan om het bijltje er bij neer te gooien hier. Er valt hier niet te werken met het bestuur dat we hier hebben. Je weet wel wie ik bedoel. Zij vullen hun zakken tot ze uitpuilen. Ze kopen auto's bij de vleet, laten overal huizen en hotels bouwen, dit ziekenhuis wordt gewoon uitgekleed. De verpleging heeft al een half jaar geen overwerk uitbetaald gekregen. Het geld is verdwenen. Ik kan er natuurlijk mee ophouden, maar zo nu en dan red ik nog een paar mensen het leven. En ik zou niet kunnen leven zonder mijn vak uit te oefenen. Maar zolang ik in het weekend naar mijn koeien kan gaan kijken, is het net uit te houden.
Ik geloof hem. Hij is de zachtaardigste, vriendelijkste, best-gemanierde man die ik ken. De speknek die dit hospitaal terroriseert en tot op het bot uitmelkt heeft hem volledig in zijn zak. Hij beeft voor de man. Hij staat er als een kleine, hulpeloze jongen bij in zijn gezelschap. Hij kan nog geen plas doen zonder zijn toestemming.
Weet je, zegt hij tegen mij. Als we die man ooit kwijtraken, dan zouden jij en ik iets heel moois kunnen maken van dit ziekenhuis.
We staan in het armetierige kamertje dat hij net heeft ingericht als peadiatric emergency room.
De verf bladdert van de muren, de betonnen vloer vertoont gaten. Er staat een gammele onderzoektafel en een verroest schaaltje met wat veel te grote cannules en een paar spuiten.
In een hoek staat een oude operatielamp, waarvan nog een lichtpunt het doet. En dat was het.
Ja, zeg ik. Een ziekenhuisje voor ons tweeën. Dat zou heel mooi zijn.
Vandaag kreeg ik een hele rits mails. Een van een professor in de antropologie in Berkeley, een van een Noorse NGO, een van een Duitse medicus. Deze willen, met nog allerlei andere ex-afficionados van het Grote Goed Doen een actie op touw zetten om de Regional Medical Officer, oftewel Speknek te wippen met behulp van de Regional Commissioner (een soort commissaris van de koningin).
Mijn zegen hebben jullie, schrijf ik terug, maar dit is eerder iets voor de Tanzanianen dan voor een stel heetgebakerde bleke sandalendragers. Toch? Bovendien, denken jullie werkelijk dat die man er nog zou zitten als hij niet werd gedekt door al het andere boeventuig? Wordt wakker!
De betreffende NGO meldde dat ze ophielden met het ondersteunen van het ziekenhuis. Bravo, heb ik teruggeschreven. Dat besluit heb ik een tijdje terug ook al genomen. Alleen was het ziekenhuis erg weinig onder de indruk. Maar doe je best. Wordt vervolgd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten