Dar-es-Salaam. De hoofdstad van de Verenigde Republiek Tanzania.
Bij de T-kruising links en dan het derde huis rechts, zegt de telefoonstem. Naast de UNHCR.
Ik strompel een brede zandweg op, links en rechts omzoomd door de manshoge, witgekalkte stenen muren, waarmee de steenrijken in deze stad hun leven afschermen tegen het oprukkende schorum. De bomen in hun lommerrijke tuinen laten hun kruinen vriendelijk een stukje over de muren wuiven. Ik heb geluk. Ik slenter hier dan wel een beetje zweterig rond met mijn rugzakje, mijn broek met verf-vlekken en mijn flodderige T-shirtje, maar ik behoor tot de mondiale elite die morgen, als ik dat zou willen, zo'n huis zou kunnen kopen. Hoe zou ik mij voelen als ik, net als de sloebers die hier en daar in de schaduw van deze muren zitten dommelen, nauwelijks kan dromen van zo'n leven.
Geüniformeerd personeel opent de poort. Mijn gastheer heeft een Toyota Prado te koop, een soort Landrover voor executives. Iedereen heeft hier zo'n ding. Hij verwelkomt mij enthousiast. Hij is een goed ogende Aziaat, strak in het pak, stralende lach. Hij woont naast zijn werk. Wij wisselen met speels gemak de prietpraat uit die is voorgeschreven voor de leden van de mondiale elite.
Take it for a spin, zegt hij lachend, terwijl hij mij de sleutels geeft. I'll come with you if you want, but I don't want to cramp your style. Er zit een anti-carjack device in de auto, zegt hij. Druk dit knopje in, anders kom je over 5 km plotseling stil te staan. Dat wil ik je niet aandoen.
Dat ik er met de auto vandoor zou gaan komt niet bij hem op. Ik ben blank. Blanken gaan er niet vandoor met Toyota Prado's. Niet in Dar es Salaam. Niet in Afrika. Blanken zijn niet in Afrika om auto's te stelen. Blanken zijn in Afrika voor drie dingen: kijken naar olifanten, zwarte meisjes , c.q. zwarte jongetjes neuken en Afrikanen leren hoe ze net zo arrogant en spilziek moeten worden als zijzelf. En passant redden ze dan ook nog even de wereld.
Ik rijd wat rond in de Prado. Hij doet het prima.
I couldn't fault it if I tried, zeg ik lachend, de auto weer in de compound hebbende geparkeerd, onder het kritisch toeziend oog van de bewakers.
De Bougainvilia bloeit uitbundig tegen de muren van de villa. Mijn gastheer nodigt mij uit voor een koud bier.
Ik treed binnen in een woonkamer van 10 x 20 meter, gedecoreerd met een verbijsterende verzameling kunst en meubelen. Terwijl mijn gastheer de houseboy opdraagt twee bier aan te dragen, maak ik een snelle ronde langs de wanden. Chinese, Tibetaanse, Japanse meubelen, top-klasse ethnografische kunst uit meerdere werelddelen, stijlvol ingelijste schilderijen, tanga's, exquise tapijten uit het midden oosten, de hele collectie getuigend van een geoefend, begenadigd verzame-laarsoog.
We huren hier alleen maar, zegt mijn gastheer glimlachend, mijn bewonderende blik langs de wanden volgend.
Inclusief de kunst?
Nee, nee, je komt onvermijdelijk dingen tegen die je niet kunt laten staan, als je veel reist. Het is elke keer wel weer een heel gesleep. Maar het is goed om iets van jezelf te hebben, door alle verandering heen.
Hij staat op het punt te vertrekken, naar het hoofdkantoor van de UNHCR in Geneve. De afgelopen drie jaar heeft hij gewerkt in het gebied waar ik naar toe ga. Dat schept een band. Het toeval lijkt niet te bestaan in Dar. Ik vraag hem naar de situatie van de vluchtelingen in Tanzania.
We hebben net een fantastisch resultaat geboekt, vertelt hij. 172.000 vluchtelingen, die in Rukwa district wonen, tegen Lake Tanganyika aan, zijn tot Tanzaniaan genaturaliseerd.
Dat is verbijsterend, zeg ik.
Ja, dat vonden we zelf ook. Natuurlijk, alles heeft een prijs en de UNHCR heeft de Tanzanianen ondersteund en wij ondersteunen natuurlijk ook de vluchtelingen. En het heeft heel wat overredings-kracht gekost, maar het is gelukt.
Maar dit zijn toch Hutu's, die de slachtingen van 1994 hebben aangericht en die naar Tanzania zijn verdreven door het leger van de Tutsi? Zijn de Tanzanianen daar wel zo blij mee?
Nee, nee, het ligt gecompliceerder. Als altijd in Afrika, zegt hij lachend.
Dit zijn Burundezen. (Burundi en Ruanda zijn twee dwergstaatjes ten zuiden van Uganda, Burundi is het meest zuidelijke). Er waren al veel langer afrekeningen tussen de Hutu's en de Tutsi. Deze mensen zaten hier al sedert 1972. Burundi's zijn talentvolle boeren. Ze kregen land van de Tanzani-aanse regering, ieder 10 are. Er is land genoeg in dat gebied. Ze zijn grotendeels self-supporting. Ruanda en Burundi zijn nu relatief stabiel. We gaven ze de keus: vertrekken of Tanzaniaan worden. 20.000 zijn er naar huis gegaan, met een bonus. De rest bleef. Het is het grootste naturalisatieproject in de geschiedenis van de UNHCR. We zijn er heel trots op.
Terecht, lijkt me, zeg ik. Overal in de wereld neemt de xenofobie toe. Dit is werkelijk indrukwekkend.
Maar hoe zit het met de vluchtelingen van 1994?
Dat is weer een ander verhaal. Dat zijn de Hutu moordenaars die niemand wil. Ze leven in echte kampen, verspreid langs de kust van Lake Tanganyika, aan de Tanzaniaanse en aan de Congolese kant. Ze voeren geen klap uit. Ze zijn helemaal afhankelijk van onze hulp. We proberen ze te repatrië-ren. Dat is niet makkelijk. We zijn inmiddels 16 jaar verder. Burundi is vol. Ruanda dito. Het zijn maar kleine landen. De Congo is ongelooflijk instabiel. Iedereen strijd om de diamanten, het goud, etc.. Nu zijn die gekken van de Lords Resistance Army er zelfs opgedoken. Het is iedere dag moord en dood-slag daar. Sommigen steken Lake Tanganyika over en maken hier de boel onveilig. Mondjesmaat, maar de kranten staan er vol van. De Tanzanianen kunnen Lake Tanganyika patrouilleren wat ze willen, ze houden ze niet buiten. Het gaat om een miljoen mensen. Daar ligt nog een zware taak. Maar ik heb mijn drie jaar er op zitten. Ook al vind ik het jammer.
We komen terug op de land kwestie. Zijn de Tanzanianen niet jaloers op de Burundezen, die zomaar stukken land kado krijgen.
Natuurlijk. Maar het land ligt daar, in het westen van Tanzania, voor het oprapen. Er liggen miljoe-nen hectares braak. Het moet bebouwd worden, anders verdwijnt de toplaag. De Tanzanianen heb-ben het maar voor het vragen. De regering geeft het ze graag. Misschien hoeven ze het niet eens te vragen. Ze hebben het land zelf ontbost, met hun onstuitbare honger naar houtskool. Laten ze er in godsnaam iets mee doen. Maar het zijn en blijven subsistance farmers, twee, drie acres, om hun huisjes heen. Verder kijken ze niet. En ze zijn lui.
Tanzanianen?
Ja, het klinkt discriminerend, maar ze zijn lui. Geef een Burundees tien hectare en binnen een paar jaar rijdt hij in een oude pick-up rond en stuurt hij zijn kinderen naar college. Geef een Tanzaniaan tien hectare en na een paar jaar zit hij onder een boom te mokken met een bergje tomaten dat hij niet kan verkopen. De Burundees heeft tegen die tijd zijn 10 hectare al opgekocht.
Hoe komt dat? Je kunt moeilijk volhouden dat luiheid in de genen zit, of dat zoiets bij de grens ophoudt.
Geen idee. Misschien is het het socialisme dat zoveel lethargie heeft veroorzaakt. Een Tanzaniaanse man vindt dat hij de dag hoort door te brengen met filosoferen en zeuren over politiek. De vrouwen doen het werk. Met het zoveelste kind op hun rug. Zo'n vrouw kan op haar eentje natuurlijk geen hectares grond bewerken. Vandaar dat het land braak ligt. En die boeren maar klagen.
Dat is zo, zeg ik. Je hoeft maar door het raam van de bus te kijken om te zien dat het zo is. Anderzijds, misschien willen ze wel cash-crops, zoals koffie, thee of rijst verbouwen, maar er is er geen infrastructuur om de producten naar de markt te brengen, er is geen tussenhandel om ze op te kopen, er is geen krediet om kunstmest te kopen, of zaaigoed. Er is geen geld om landbouwmachines te kopen, er zijn geen bedrijven waar ze ze kunnen huren. Ze kunnen zoveel land niet bewerken met hun primitieve hakbijlen.
Een tijd geleden hoorde ik dat de waterbuffel een plaag begon te vormen in Rukwa, zegt de UNHCR man. Het district huurde mensen in om de buffels af te schieten. ik wist niet wat ik hoorde. Ik kom zelf uit een ontwikkelingsland, Bangla-Desh. Weet je hoeveel hectare je kunt ploegen met een enkele buffel? En bedenk eens: geen reserve-onderdelen, geen technisch onderhoud. Je hebt er melk van, kalveren, mest. En als je het beest zat bent eet je hem op en verkoop je de huid. En deze gekken schieten die beesten af. Ik wist niet wat ik hoorde.
Hetzelfde geldt voor de ontbossing. Ik wilde een klein oventje introduceren, zoals ze in Azië gebrui-ken. Iedereen kan er zelf een maken, van klei. Het vermindert houtskool gebruik met 30%. Reken eens uit, hoeveel bomen dat scheelt. Dacht je dat er iemand was die belangstelling had? Geen een.
Onze Burundese vluchtelingen gebruiken houtskool. Kerosine is stomweg te duur. Maar wij planten wel ieder jaar 120.000 nieuwe bomen. Je kunt duurzame bosbouw plegen, hier. Alles groeit als kool. Ploeg de opbrengsten van de houtskool terug in het bos. Het kan. Je kunt zelfs geld verdienen.
We hebben het bewezen.
Wat er overal elders gebeurt, zeg ik, is dat districten houtskoolvergunningen verkopen, die niet worden gecontroleerd. De districten zouden met de opbrengst van de vergunningen nieuwe aan-plant moeten genereren, maar het geld verdwijnt.
Ja. Dat hoor ik ook. Ik was bij een meeting van de donors over landbouw. Ik zei dat elk jaar 60.000 hectare landbouwgrond verloren gingen, door ontbossing en erosie. Was het maar waar, zij de voorzitter, het gaat om 300.000 hectare. Over 50 jaar is het grootste deel van Tanzania een woestijn.
We nemen afscheid. Ik laat het zo snel mogelijk weten, over de auto, zeg ik. We houden contact, zegt de UNHCR-man.
Een weetje. Voor de liefhebbers. Ik kan het niet laten. Dat van die buffels lijkt voor de hand te liggen, maar zo simpel is het niet. De Aziatische waterbuffel is een mak beest. De Afrikaanse buffel daaren-tegen, is een klootzak. Zo ongeveer als de Europese huiskat een mak beest is dat op schoot ligt en kopjes geeft en de linx, die niet veel groter is, een heel slechte naam heeft als aspirant-familielid.
Er zijn op deze aarde 143 grote beesten, variërend van de wolf tot de olifant. Die beesten kun je, als je ze mak maakt, gebruiken voor van alles en nog wat. Lastdier, trekdier, melkmachine, mest-producent, leverantier van vlees, wol, leer, etc. Gek genoeg zijn er in de loop van de afgelopen 7.000 jaar - want zo lang maakt de mens gebruik van dieren - maar 14 van de 143 soorten gedomesticeerd. Dat wil zeggen dat de mens ze gebruikt en in gevangenschap fokt. Het zijn oude bekenden: schaap, geit, koe, varken en paard. Verder de kameel, de dromedaris, de lama, de ezel, het rendier, de waterbuffel, de yak en nog twee soorten Aziatische koeien.
Met uitzondering van de lama, zijn al deze dieren in Europa en Azië gedomesticeerd. Geen een in Afrika, waar nota bene 51 grote beesten voorkomen. Geen een. Waarom niet? Wel de belangrijkste reden is dat Afrikaanse beesten gewoon stomweg klootzakken zijn. Onverbeterlijke etters.
De rhinoceros levert 4000 kg vlees, is snel en ijzersterk en zou, bereden door een krijgshaftige Masai een geducht oorlogswapen hebben gevormd. Voor de komst van het geweer dan.
Maar helaas, lang voordat de neushoorn kan worden ingezet in de beslissende veldslag, heeft hij zijn bereider al om zeep gebracht. Neushoorns zijn en blijven levensgevaarlijk. De zebra lijkt een stijlvolle vervanger voor het paard. Maar zebra's zijn uiterst onberekenbaar en gevaarlijk, vooral omdat ze snel in paniek raken en zich dan te pletter blijven lopen tegen alles wat in de weg staat, inclusief hun "baas". Dit geldt al evenzeer voor alle soorten antilopen, giraffes en andere bewoners van de Afrikaanse vlakten. En dus ook voor de Afrikaanse buffel. Dus schiet ze af en eet ze op, die Afrikaanse buffels, zou ik zeggen.
Er zijn legio pogingen ondernomen om, bijv. de wildebeest te domesticeren, ook recentelijk, op "we-tenschappelijke" wijze. De resultaten waren desastreus. De Egyptische faraoh's hielden cheetah's als jachthulpjes. Zij verkeerden echter in de gunstige omstandigheid dat zij er niet om hoefden te malen als zo nu en dan een van de oppassers werd opgegeten. De cheetah is gewoon geen schootkat.
Kan de UNHCR waterbuffels uit Azie inzetten in Afrika? Op zich geen belabberd idee. Maar zijn die waterbuffels bestand - of bestand te maken - tegen het soort ziekten dat in Afrika mens en dier op geheel eigen - ingenieuze - wijze teisteren? Want niet alleen de allergrootste beesten in Afrika zijn rotzakken, de allerkleinste kunnen er ook wat van. Denk daar bij vooral aan de tse-tse vlieg. Afrikanen waren zeker niet te dom om de Europese gedomesticeerde dieren over te nemen. Maar een probleem was dat ziekten als Trypanosomiasis een onoverkomelijk obstakel vormden voor verspreiding van paard, koe, etc. en dat zou ook wel eens kunnen gelden voor de Bangladeshi waterbuffel. (De waterbuffel gedijt inderdaad niet in Afrika. Redactie)
Dus voorlopig blijft het hakken in de grond voor die vrouwen met die kinderen op hun rug. Bij een beetje rulle grond is dat nog wel doenlijk, maar bij zware klei, in het regenseizoen, wordt het heel lastig. Dat is een van de vele redenen waarom een belangrijk deel van het Afrikaanse areaal braak ligt. Trekdieren om te ploegen zijn er alleen in het hoogland, waar het te koud is voor de tse-tse vlieg. Het moet dus met de hand. Tractoren vragen veel investering en onderhoud en zijn pas rendabel in grootschalige landbouw. Die is er niet in Tanzania. Sterke mannen zouden zwaardere grond kunnen bewerken dan vrouwen met kinderen op hun rug. Maar ja, wie moet zich dan om de politiek en de filosofie bekommeren?
En nu we het toch over landbouw hebben, even heel iets anders.
Ik meldde al eerder dat een van de nobele doelstellingen van dit rubriekje is het ondergraven van het idee dat het in Afrika een zootje is, terwijl wij, fatsoenlijke, hardwerkende en integere Nederlan-ders wel eens zullen laten zien hoe het eigenlijk hoort.
Het is natuurlijk wel degelijk een zootje in Afrika, maar dat is het bij ons ook. Wij kunnen het ons alleen beter permitteren. Daarom is het dubbel beschamend - voor ons - als Nederlandse oplichters gaan samenwerken met Tanzaniaanse uitvreters om in Afrika de boel nog verder naar de bliksem te helpen.
We weten allemaal al lang dat bio-brandstof een regelrechte ramp is. De enigen die dat niet weten zijn de leden van de Nederlandse regering. Deze verschenen, althans tot voor kort, nog met enige regelmaat braaf grijnzend op de TV met de slang van de een of andere gesubsidieerde bio-brandstof pomp in de hand om te laten zien hoe "groen" ze waren.
Het kweken van bio-brandstof levert, zelfs als het verbouw- en productieproces vlekkeloos zou verlopen, nauwelijks een bijdrage aan de vermindering van de mondiale CO2 uitstoot. Anderzijds valt het broodnodige mondiale voedselproductie areaal voor een belangrijk deel ten prooi aan de honger naar bio-brandstof. Mede daardoor zijn de voedselprijzen de laatste jaren fors gestegen. Daar lijden, hoe kan het ook anders, natuurlijk de allerarmsten het meest onder. Er zijn echter nog veel grotere problemen: voor het soort grootschalige landbouw dat nodig is voor bio-brandstof, moeten kleine voedselverbouwers nogal eens het veld ruimen. Daarbij wordt regelmatig gemakshalve "vergeten" deze mensen te compenseren. In feite worden deze boeren vaak gewoon verjaagd.
At gun-point.
Hierbij een gezellig verhaal over de situatie in Tanzania.
In Tanzania zijn sedert 2007 810.000 hectare land (80x100 km) uitgegeven aan bedrijven die bio-brandstof wilden gaan verbouwen, met name met gebruikmaking van de jathropa-plant. Alleen al voor deze uitgifte hebben 5.000 kleine rijst- en suikerrietverbouwers het veld moeten ruimen. Tanzania importeert hierdoor sinds kort weer suiker. Er zijn (waren?) plannen om het areaal uit te breiden naar 3 miljoen hectare, een gebied ter grootte van Nederland en 7% van het hele landbouwareaal..
Een van de genoemde bedrijven was de fa. Bioshape uit Nederland. Dit bedrijf is in handen van de nogal schimmige ondernemer meneer Cor Vaes , die werd gefinancierd door energiebedrijf Eneco en door Van Kempen Beheer, een dochteronderneming van Van Lamschot Bankiers, een clubje van ernstig hersenbeschadigde mastodonten, die de familievermogens van enige terminaal comateuze honderd-jarigen "beheert". Eneco rook overigens al snel onraad en deed zijn aandeel onlangs over aan Van Kempen, die nu dus met alle brokken zitten.
De fa. Bioshape kreeg een gebied toegewezen in de buurt van het historische stadje Kilwa, de oudste haven aan de Swahili-coast, deels daterend uit de 10e eeuw. Nu is het zo dat er geen bio-brandstof verbouwd mag worden in de buurt van natuurgebieden. Vreemd genoeg wees Biofarm echter een door Tanzania aangeboden, min of meer braakliggend landbouwgebied af. Nee, men wilde regenwoud. Dit zou veel geschikter zijn voor de jatropha plant. Dat is overigens onzin, de jatropa plant groeit als het moet in de Sahara. Maar, u raadt het al: dat regenwoud, daar was het om begon-nen en dat kregen ze. Ongeveer de helft van de hun toegewezen 81.000 hectare bestaat uit dicht bebost tropisch regenwoud, vrijwel geheel bedekt met zeldzaam en onvervangbaar hardhout. Het wekt dan ook weinig verbazing dat er niet lang daarna plotseling door de fa. Bioshape een houtzagerij uit de grond wordt gestampt nabij dat historische stadje Kilwa. En dan komt de aap uit de mouw: de dochter van de heer Vaes is eigenaresse van een fabriek van tuinmeubelen in Arusha, onder de rook van de Kilimanjaro. Toevallig, niet?
De waarde van het hout in de concessie, bestemd voor de aanplant van jatropha, wordt door experts geschat op 50-150 miljoen dollar. Bioshape begon uiteraard snel met kappen: voor iemand er erg in had had men al 70 hectare omgelegd. Het districtshoofd van Kilwa sprak daar uiteraard schande van en legde Bioshape een boete op van 17.000 USD., wegens illegale houtkap, hetgeen ongeveer over-eenkomt met de waarde van 3 flinke bomen.
Uiteraard gaat dit allemaal gepaard met vervalste rapporten, volgens Bioshape opgesteld door echte professoren aan Tanzaniaanse universiteiten. Deze professoren blijken echter nog nooit van de fa. Bioshape gehoord te hebben. Om de hierdoor ontstane PR-crisis het hoofd te bieden, richtte de heer Vaes een liefdadige instelling op, die door middel van o.a. benefietconcerten in NL geld bijeen brengt voor weeshuizen en andere loofwaardige doelen in Tanzania. Dit brengt hem o.a. in contact met de vrouw van de President van Tanzania, die - alweer volgens Bioshape in een communiqué - dag en nacht voor de heer Vaes c.s. klaar zou staan om hem met raad en daad te helpen. Er wordt een halve ton opgehaald, maar de eerste steen voor de weeshuizen moet tot op heden nog worden gelegd.
Het Wereld Natuurfonds, de Wereldbank, Oxfam en andere instanties gaan heftig tekeer tegen de praktijken van Bioshape en de andere bedrijven aan wie vergunningen zijn afgegeven. Geen van deze clubs heeft tot nu toe een jatropa-noot verbouwd. Er wordt echter wel flink gekapt onder het mom van het "voorbereiden van de grond voor de bio-industrie".
Tanzania wil de landbouw stimuleren. De jatropaplant leek een uitkomst. Maar Tanzania heeft wel en passant 5.000 boeren uitgeschakeld ten faveure van een stel maffiosi, die Tanzania en de wereld beroven van grote stukken CO2-opslaand, onvervangbaar oerwoud. In Tanzania en Engeland staan de kranten er vol van. In Nederland, de thuishaven van het boeventuig, hoor je helemaal niets. Wij staan er weer eens gekleurd op.
Bioshape heeft overigens surseillance van betaling aangevraagd en staat op het punt failliet te worden verklaard. Dat zou dan het zoveelste faillissement worden van de heer Vaes, die er - getuige een lange rij eerdere mislukkingen - een handje van heeft zijn crediteuren teleur te stellen. Wij houden u op de hoogte.
0 reacties:
Een reactie plaatsen